Peilbeheer

In Nederland kan het waterpeil in de sloten van de meeste gebieden vrij nauwkeurig worden ingesteld. We noemen dat peilbeheer. Het waterpeil wordt zodanig geregeld dat zoveel mogelijk gebiedsfuncties er optimaal baat bij hebben. Het waterschap Reest en Wieden is hiervoor verantwoordelijk. Het waterschap stelt de hoogte van het waterpeil in de betreffende peilgebieden vast op de OPK (Onderhouds Pakket Kaart) kaart, het westelijke deel met een waterbesluit en Oostelijke deel middels peilvak beschrijving.

Iedereen tevreden stellen is echter onmogelijk, omdat sommige gebiedsfuncties tegenstrijdige eisen aan het waterpeil stellen. Bij een woonwijk worden bijvoorbeeld andere eisen gesteld dan in een natuurgebied of aan landbouwgrond. Een agrariër wil zijn grond niet te nat hebben, want dan kan hij bijna niks op zijn land verbouwen of oogsten. Natuur- en landschapsorganisaties daarentegen willen graag een hoger grondwaterpeil, zodat de natuur zich dan beter kan ontwikkelen. In stedelijk gebied wil niemand grondwater in de kruipruimte zien en de scheepvaart wil graag een peil dat hoog genoeg is om met voldoende diepgang te kunnen varen.

Daarnaast spelen andere factoren, zoals de actuele maaiveldhoogte, maar ook de grondsoort, een belangrijke rol in het bepalen van de streefpeilen. Bij het vaststellen van het oppervlaktewaterpeil in een waterbesluit of Peilvakbeschrijving worden deze belangen van verschillende groepen 'ingelanden' (burgers, agrariërs, natuur- en landschapsorganisaties) tegen elkaar afgewogen.

Peilvakken

Het beheergebied van het waterschap is ongeveer 137.500 hectare groot. Het gebied is ingedeeld in bijna 1.000 peilvakken. Deze peilvakken worden begrensd door de peilvakgrens. Peilvakgrenzen kunnen bestaan uit primaire of secundaire waterkeringen, natuurlijke hoogtes, dichte "vaste" dammen en peilregelende kunstwerken. Elk peilvak wordt beheerd door één of meerdere peilregelende kunstwerken op de rand van de peilvakgrens. Peilregelende kunstwerken zijn gemalen, stuwen en inlaten. Er zijn ongeveer 1.400 peilregelende kunstwerken. Aan een peilvak is altijd een kunstwerk gekoppeld. De peilen die nagestreefd worden zijn in de peilvakkenkaart vastgelegd als "maximum streefpeil" en "minimum streefpeil"

Juiste peil

Het waterschap waakt vervolgens over het juiste peil in de sloten. Als er veel neerslag valt, mag het water niet te hoog komen te staan. En als het een lange tijd droog is, mag het peil niet te laag uit zakken. Het water wordt op het juiste peil gehouden met stuwen en gemalen, inlaten en duikers die voor verbindingen zorgen. Daarmee kan het waterschap het water afvoeren, aanvoeren en soms vasthouden. 280 belangrijke kunstwerken waaronder gemalen, stuwen, opvoerpompen en inlaten zijn geautomatiseerd en voorzien van telemetrie dit is bediening op afstand. Door de telemetrie te raadplegen is snel een overzicht van de gebiedssituatie te verkrijgen.

Voor een goed peilbeheer is het algehele onderhoud van de watergangen van groot belang, want de begroeiing kan zorgen voor opstuwing/weerstand tussen het begin en het eind van de sloot. Dit houdt in dat er op tijd gemaaid moet worden, maar ook dat de profielen van de watergang in stand moeten worden gehouden. Ook zal een watergang periodiek gebaggerd moeten worden om de bodem voldoende diep en breed te houden.

Hoe hoog of laag het oppervlaktewaterpeil in de sloten precies mag zijn, is vastgelegd in waterbesluiten en peilvakbeschrijvingen. Het beheergebied van Reest en Wieden is verdeeld in zogenaamde peilgebieden. In totaal zijn er ongeveer 1.100 van. Per peilgebied is een bandbreedte in het waterbesluit vastgelegd welk maximum en minimum peil nagestreefd wordt. Bij Reest en Wieden zijn deze peilen opgenomen in de OPB (Operationeel Peil Beheer). Het product hiervan is de OPK, een kaart met hierop de maximum en minimum peilen per peilgebied.

Meetnet

Om de waterstanden in watergangen te meten, heeft het waterschap Reest en Wieden een uitgebreid meetnet. De bekende blauwe peilschalen zijn daar een onderdeel van die met regelmaat worden opgenomen. Maar er zijn ook honderden elektronische meetpunten waarvan de waterstand ter plaatse continu in de gaten worden gehouden. Naast deze informatie worden ook andere parameters meegewogen in de afweging van het streefpeil. Dit zijn onder andere het grondwaterniveau (onder andere te lezen op de pagina over grondwatermeters), het weer en de onderhoudsstaat van de watergang.


Besturing op afstand

Vrijwel alle gemalen en steeds meer stuwen en inlaten kunnen ook op afstand worden bediend. Het gemaal of de stuw is dan uitgerust met een computer, die automatisch de waterstanden meet en de stuwhoogte aanpast of de pompen van het gemaal aan- of uitzet.

Peilenkaart