
Blauwalgen kunnen bij warm weer in het water ontstaan. Ze komen vooral voor in zoet, stilstaand water van vijvers, maar ook in zwemplassen. Dat komt omdat er te veel voedingsstoffen (met name stikstof en fosfaat) in het water terechtkomen die door de algen worden opgenomen. Samen met gunstige (weers-) omstandigheden kan dit leiden tot een massale groei van de algen. Blauwalgen vertonen een optimale groei bij temperaturen tussen de 20 en 30 graden Celsius. Sommige soorten zijn in staat om drijflagen te vormen en die ontstaan meestal vanaf juli. Een drijflaag kan zich door de wind ophopen aan de oevers van meren, op stranden, achter vooroevers en in jachthavens. Als de laag dikker wordt en de algen minder ruimte hebben, gaan ze afsterven. Blauwalg vormt dan een blauwgroenachtige, stinkende brei. Bij het afsterven produceert blauwalg toxische stoffen, die schadelijk kunnen zijn voor mens en dier.
Blauwalgen kunnen het water onaantrekkelijk maken. Door een teveel aan algen wordt het water troebel. Hierdoor is er minder licht beschikbaar in het water en verdwijnen waterplanten. Verder kan de afbraak van de algenpopulaties leiden tot zuurstofloosheid waardoor vissen en andere waterdieren kunnen sterven. Het water ziet er vies uit en veroorzaakt stankoverlast. Van verschillende blauwalgen is bekend dat zij giftige stoffen (cyanotoxines) kunnen produceren. De toxines kunnen leiden tot sterfte van dieren. Er zijn verschillende toxines bekend. Tot op heden zijn in Nederland alleen microcystines gevonden. Zwemmers kunnen in aanraking komen met microcystine door het inslikken van water of doordat de huid of ogen in contact komen met water. Microcystine kan leiden tot misselijkheid, buikpijn, diarree, hoofdpijn, huidirritatie en geïrriteerde ogen. De verschijnselen van blauwalg-besmetting worden zichtbaar twaalf uur nadat er gezwommen is. Vooral kleine kinderen en oudere mensen zijn gevoelig voor gezondheidsklachten. De verschijnselen houden ongeveer vijf dagen aan en verdwijnen vanzelf.
Er moet wel rekening mee worden gehouden, dat dezelfde verschijnselen ook door andere bacteriën veroorzaakt kunnen worden, vandaar dat altijd de huisarts geraadpleegd moet worden. Zodra blauwalg is geconstateerd worden de gemeenten, provincies en/of anders water beheerders gewaarschuwd. Het waterschap adviseert niet in wateren te zwemmen, zodra blauwalg is geconstateerd.
Waterschap Reest en Wieden controleert in de zomer de zwemwaterkwaliteit van verschillende plassen. De resultaten van het onderzoek worden aan de provincie doorgegeven. Wanneer te hoge hoeveelheden blauwalgen worden aangetroffen kan door de provincie een negatief zwemadvies gegeven worden. Wordt er naast deze plaatsen in water een drijflaag ontdekt dan verricht het waterschap extra onderzoek. In overig oppervlaktewater wordt geen extra blauwalgenonderzoek verricht.