Dit jaar is het tweede overbruggingsjaar onderweg naar een maaionderhoud dat voldoet aan de eisen van de Flora- en Faunawet, zoals die zijn vervat in de Gedragscode Flora- en Faunawet voor waterschappen (Unie van Waterschappen, 2006). Belangrijke randvoorwaarde bij het maken van het Maaiplan 2008 is het realiseren en handhaven van het Gewenste Grond en Oppervlakteregime, waarbij de oppervlaktewaterpeilen binnen de marges van de vastgestelde Operationele Peilen Kaart (OPK) blijven. Bij het opstellen van het Maaiplan 2008 is gebruik gemaakt van de evaluatie onder de medewerkers, de opmerkingen door ingelanden en groeperingen, evenals de opmerkingen door het Algemeen Bestuur. De aanbevelingen uit de evaluatie van het maaionderhoud 2007 zijn meegenomen bij het opstellen van het Maaiplan 2008.
Ten opzichte van 2007 is het Maaiplan 2008 meer gedifferentieerd. Er zijn tien onderhoudspakketten (in plaats van drie) aangevuld met een aantal specifieke gevallen van maatwerk, het maaibeheer houdt rekening met gebiedsfuncties en het is op watergangniveau consequent afgewogen volgens beschreven criteria. Er is rekening gehouden met de beschikbare informatie over het voorkomen van beschermde soorten planten en dieren; dat was in 2007 niet het geval. Watergangen die kritisch zijn vanwege peilbeheer zijn benoemd en zullen in 2008 intensiever worden onderhouden dan in 2007. Daarnaast is er structureel aandacht voor het beperken van onkruiddruk door intensiever te maaien (bijvoorbeeld schouwpaden van twee keer in 2007 naar drie keer in 2008). Voor de Jakobskruiskruidbestrijding is een apart beleid vastgesteld.
