
Ieder jaar doorloopt het waterschap de zogenaamde begrotingscyclus. De cyclus begint ieder jaar met het vaststellen van de meerjaren perspectiefnota. In dit document is het financieel beleid voor de komende jaren bepaald. De perspectiefnota wordt in de maand juni besproken tijdens een vergadering van het Algemeen Bestuur.
Vervolgens wordt in november de programmabegroting van het volgende kalenderjaar vastgesteld. Hierin staan de budgetten voor de programma's gespecificeerd.
De cyclus eindigt tenslotte met de jaarrekening, waarin verantwoording wordt afgelegd over de bestede middelen na afloop van een kalenderjaar. Ook de jaarrekening komt in juni aan de orde in het AB.
Ieder jaar stelt het Algemeen Bestuur aan de hand van de begroting de belastingtarieven vast.
Het beheren en beheersen van de kwaliteit en kwantiteit van water kost veel geld. Iedereen die belang heeft bij het werk van het waterschap, betaalt belasting aan het waterschap. De hoogte van de belasting is niet voor iedereen gelijk, omdat niet iedere belastingplichtige hetzelfde belang heeft bij de taken die het waterschap uitvoert. 
Voor de zuiveringsheffing zijn er twee groepen belastingplichtigen, namelijk woningen en bedrijven. Als het gaat om zuiveringsheffing, rekent het waterschap met zogenaamde vervuilingseenheden. Een vervuilingseenheid is de hoeveelheid afvalwater van één persoon per dag. Voor de watersyteemheffing worden er drie groepen belastingplichtigen onderscheiden. Dit zijn de inwoners van het waterschapsgebied, de huiseigenaren en de grondeigenaren.