
Andere informatie:
Alle bedrijven in de akkerbouw, de vollegrondsgroenten en vollegrondsbloementeelt vallen onder het Lozeningenbesluit open teelt en veehouderij. Dit geldt niet voor bedrijven die nu vergunningplichtig zijn onder de Waterwet en voor bedrijven waarvoor reeds een aanvraag loopt. Voor deze bedrijven blijft de vergunning van kracht. Hetzelfde geldt wanneer een bedrijf een deel van de agrarische activiteiten een aanvraag loopt. Ook die specifieke activiteiten blijven vergunning plichtig. De overige activiteiten vallen in zo'n situatie onder het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij. Glastuinbouwactiviteiten vallen onder het Lozingenbesluit glastuinbouw.
Ja, het Lozingenbesluit richt zich op u, de agrarische ondernemer. U bent verantwoordelijk voor de activiteiten op uw percelen, ook als deze worden uitgevoerd door derden, bijvoorbeeld loonwerkers.
Ja, ook de teelt op tijdelijke of wisselende percelen vallen onder het besluit. De agrariër dient de percelen die hij in gebruik heeft door te geven aan Basisregistratie Percelen (BRP) van het ministerie van LNV (Dienst Regelingen).
Bij vestiging moet u zich aanmelden bij de waterkwaliteitsbeheerder. Bij beëindiging of verhuizing afmelden. Het initiatief ligt dus bij u.
Nee, pleksgewijze onkruidbestrijding is mogelijk. Bijvoorbeeld met een handspuit die is uitgerust met een spuitkap. Een eventueel vanggewas mag ook handmatig worden bespoten, op voorwaarde dat dat niet gebeurt binnen de eerste 50 cm vanaf de slootkant.
Een vanggewas (windsingel) is een natuurlijke barrière van aaneengesloten bomen, struiken of andere gewassen die het verwaaien van gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen tegengaat. Het vanggewas moet minstens even hoog zijn als de hoogste spuitdop tijdens het spuiten.
Kantstrooiapparatuur is een verzamelnaam voor voorzieningen die voorkomen dat poedervormige en korrelvormige meststoffen richting oppervlaktewater worden verstrooid. Afhankelijk van het strooiertype is het mogelijk een andere schijf te plaatsen, een schijf uit te zetten en/of een kantstrooiplaat te bevestigen. Aan pendelstrooiers kan een speciale pijp of een kantstrooiplaat worden bevestigd. Het is van belang de strooier regelmatig te testen en indien nodig opnieuw af te stellen opdat het gewenste strooibeeld wordt gerealiseerd.
Van een teeltbedreigende situatie is sprake als verder uitstel van spuiten aantoonbaar leidt tot een bedreiging van de teelt als gevolg van ziekten en plagen. Alleen als deze bedreigende situatie kan worden afgewend door bespuiting is spuiten bij een wind harder dan 5 meter per seconde toegestaan. Het is aan de agrariër en de handhaver om te beoordelen of naar redelijkheid wordt gehandeld. Vandaar dat de Unie van Waterschappen en LTO-Nederland een protocol hebben opgesteld. Dit protocol omvat onder andere meetmethoden voor windsnelheden, een lijst van ziekten en plagen en een waarschuwings- en adviessysteem. Voor de agrariër is het van belang het spuitboekje goed in te vullen, de weerberichten te volgen en gebruik te maken van het waarschuwings- en adviessysteem.
Van een droge sloot of greppel is sprake wanneer deze van 1 april tot 1 oktober onder normale omstandigheden geen water bevat; uitgezonderd een kortstondige regenbui. Het waterschap heeft een richtinggevende kaart ontwikkeld waarop de droge delen van het beheergebied staan aangegeven. Let op! Het betreft hier een richtinggevende kaart, aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend.
U mag het in geen geval op oppervlaktewater lozen. De restanten mogen, op voorwaarde dat u een ontheffing heeft van de gemeente, verdund over het perceel worden verspoten. U kunt het ook opvangen en afvoeren als chemisch afval.
Het mag in ieder geval niet in het oppervlaktewater terechtkomen. Voor uitrijden over het land is een ontheffing van de gemeente nodig.
Dit hangt sterk af van de sectorwaarin u actief bent en van het tempo van de ontwikkelingen.
Ja, ook de zogenaamde hobbyboeren hebben de formulieren ontvangen.
De kosten van de controle en handhaving van het Lozingenbesluit wordt betaald uit de ingezetenenomslag en de verontreinigingsheffing. De burgers betalen dus ook mee.
Als u de gegevens over de percelen die u in gebruk heeft al hebt doorgegeven aan de Basisregistrie Percelen (BRP) van het Minisetrie van LNV (Dienst Regelingen) dan hoeft u dit niet meer te melden aan het waterschap. De waterschappen kunnen namelijk gebruikmaken van deze BRP-gegevens.
Grotere intensieve veehouderijen (de zogenaamde IPPC-bedrijven) met meer dan 40.000 stuks pluimvee, 2000 of meer plaatsen voor mestvarkens, 750 of meer plaatsen voor zeugen vallen onder de Europese IPPC-richtlijn. Dit betekent dat bij deze bedrijven de bedrijfsgebouwen en erven (ook wel inrichting genoemd) niet meer onder het Lozingenbesluit vallen. Deze bedrijven moeten voortaan eeen eigen Waterwet of WABO-vergunning aanvragen bij het waterschap. Voor percelen blijven de maatregelen uit het Lozingenbesluit van toepassing.
Drift is de verwaaing van gewasbeschermingsmiddelen en bladmeststoffen als ze worden verspoten. Om drift te beperken bent u verplicht om bij een bespuiting driftarme doppen te gebruiken. In de eerste 14 m zone vanaf de insteek van het oppervlaktewater dient u driftarme doppen te gebruiken. Buiten die 14 m zone (dus midden op een perceel) of waar geen oppervlaktewater aanwezig is, zijn driftarme doppen niet verplicht. In de praktijk worden vaak voor het gehele perceel dezelfde doppen gebruikt.
Afvalwater dat van transport- en/of sorteerinstallaties komt, mag u niet ongezuiverd lozen. Uit metingen is gebleken dat dit water nog veel gewasbeschermingsmiddelen kan bevatten. Wilt u dit afvalwater op oppervlaktewater lozen, dan moet u hiervoor in het bezit zijn van een Waterwet-vergunning. Deze kunt u aanvragen bij het waterschap.
Bij het telen van vlas, teff en spelt dient u een teeltvrije zone van minimaal 25 cm aan te houden.
Bij de oude generatie kantdoppen was het, om alle gewassen goed te bespuiten, noodzakelijk om de spuitbooom met 20 cm te verlengen en de voorlaatste spuitdop uit te schakelen. Dit was ook voorgeschreven in het Lozingenbesluit. De nieuwe generatie kantdoppen heeft een ander spuitbeeld waardoor het verlengen van de spuitboom overbodig wordt. De kantdop mag in de laatste dophouder geplaatst worden. Dit betekent meer vrijheid bij gebruik van de kantdop aan de spuitboom.
Naast het Lozingenbesluit is er natuurlijk de bestaande regelgeving ter voorkoming van verontreiniging van bodem- en grondwater. Wanneer u maatregelen neemt om te voldoen aan het Lozingenbesluit, dient u deze bestaande regelgeving in acht te nemen. Informeer bijvoorbeeld bij de gemeente wat de eisen zijn ingevolge de Wet milieubeheer.
Als het besluit van kracht is, zullen de waterkwaliteitsbeheerders en de Algemene Inspectiedienst (AID) erop toezien dat de bepalingen worden nageleefd. Bij hen ligt het bevoegd gezag voor controle. Zij zijn u, naast de belangenvereniging en de agrarisch adviseur, ook van dienst bij het zoeken naar de juiste oplossingen voor uw bedrijf. Bij het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij bestaat een meldingsplicht.
Heeft u nog andere vragen over het Lozingenbesluit open teelt en veehouderij, of wilt u meer weten over het nemen van de juiste maatregelen op uw bedrijf, dan kunt u rechtstreeks contact opnemen met het waterschap Reest en Wieden, telefoon (0522) 27 67 67. Ook kunt u informatie inwinnen via uw agrarische belangenvereniging en de bekende adviesorganisaties.