
“De grote hoeveelheid water die sinds vorige week donderdag met bakken naar beneden is gekomen is zo uitzonderlijk, dat overlast en schade nauwelijks is te voorkomen. Toch kijk ik met grote tevredenheid terug op de wijze waarop de waterschappen met man en macht hebben gewerkt aan het zoveel mogelijk voorkomen van problemen.”
Zo reageert de voorzitter van de Unie van Waterschappen, Peter Glas op de gevolgen van de zware regenbuien die grote delen van het land hebben getroffen. “Ondanks het buiten de oevers treden van de rivieren in het gebied van Regge en Dinkel en de grote wateroverlast bij Rijn en IJssel kan worden gesteld dat de waterschappen het water voor 99,99% binnenboord hebben gehouden van het watersysteem waarvoor zij verantwoordelijk zijn. Medewerkers zijn zeer alert geweest, onze calamiteitenorganisaties hebben naar behoren gedraaid en heel adequaat gereageerd. Beter had het niet gekund.”
De Unievoorzitter constateert tevens dat alle inspanningen die zijn gepleegd sinds de inwerkingtreding van het Nationaal Bestuursakkoord Water in 2003, hun vruchten beginnen af te werpen. “Rijk, provincies, waterschappen en gemeenten hebben toen afgesproken dat de regionale watersystemen in 2015 op orde moeten zijn. Er moet nog het een en ander gebeuren, maar 98 procent van het systeem voldoet inmiddels aan de normen waar het gaat om wateroverlast vanuit het oppervlaktewater”, aldus Glas.
Hij zegt zich nog goed te herinneren, uit de tijd dat in het algemeen bestuur van Delfland zat, hoe tijdens de wateroverlast aan het eind van de vorige eeuw de paprika’s nog in de kassen dreven en waterbergingen die sinds de oorlog niet meer waren ingezet gebruikt moesten worden om de boezem te ontlasten en erger te voorkomen. Glas: “De hele aardappeloogst in Groningen ging toen ook verloren met een gigantische schadepost. De kans daarop is door de maatregelen die we hebben genomen aanzienlijk verminderd. Maar tegen een neerslaghoeveelheid van 120 mm in één etmaal, zoals in het gebied van Regge en Dinkel, wat volgens de statistieken misschien eens in de 150 jaar voorkomt, is geen enkel watersysteem opgewassen.”
Op de vraag of na de zondvloed van vorige week de neerslagprognoses waarop de inrichting van het watersysteem mede is gebaseerd, zouden moeten worden herzien, kan Peter Glas geen uitsluitsel geven. “Wij baseren ons op de prognoses die in 2006 door het KNMI op basis van de statistieken zijn vastgesteld en met een zekere bandbreedte tot 2050 doorlopen. Ik ga er voetstoots vanuit dat het KNMI op basis van metingen de statistieken en prognoses periodiek bijstellen. In onze berekeningen houden wij rekening met een middenscenario van de ontwikkelingen tot 2050. In ieder geval wordt in 2012 opnieuw bekeken of de prognose moet worden aangepast.”
Tenslotte stelt Glas dat de waterschappen vorige week vanwege hun grote gebiedskennis adequaat maatregelen in het veld hebben kunnen treffen om het overtollige water zo snel als mogelijk af te voeren.
Ook Hugo Gastkemper, directeur van Stichting Rioned, spreekt van een zeer bijzondere situatie met betrekking tot de enorme stortbuien die volgens hem zeker in de ‘top tien aller tijden’ terecht zullen komen. Tegelijkertijd verwacht hij dat de gebeurtenissen gemeenten nog meer zullen overtuigen dat maatregelen genomen moeten worden om de afvoer van regenwater te reguleren. “Daarbij is het van belang goed te inventariseren waar de grootste problemen zijn opgetreden, waar zich de meest kwetsbare situaties hebben voorgedaan.”
In 2007 bleek uit een enquête van Rioned al dat de gemeenten al veel maatregelen genomen of gepland hadden om de wateroverlast aan te pakken. In totaal is daar ongeveer 5 miljard euro aan besteed. In veel gevallen kan vergroting van het riool in de richting van overstorten al veel soelaas bieden en schade aan woningen en gebouwen voorkomen. “Zonder riooloverstorten duurt het 30 keer langer voordat een stevige bui is afgevoerd. Hoewel relatief duur, kan ook met de aanleg van een aparte regenwaterriolering veel ellende worden bespaard. Net als infiltratievoorzieningen in of boven de grond”, aldus Gastkemper. Gemeenten hebben tevens maatregelen genomen om de waterkwaliteit te beschermen, zoals de bouw van grote ondergrondse bakken om rioolwater op te vangen en vuil naar de bodem te laten zakken.
Gastkemper wijst ook op ruimtelijke maatregelen die wateroverlast beter kunnen opvangen of voorkomen. “Bij het ontwerp van straten kan rekening worden gehouden met ernstige regenval. Met stoepranden is ruimte op straat te creëren om het water tijdelijk ‘op te slaan’, totdat het riool het kan verwerken. Water op straat is dan juist een oplossing in plaats van een probleem. Verder is biedt het afleiden van regenwater naar plantsoenen ook een oplossing.”
Met het oog op de verwachte toename van dit soort uitzonderlijke buien ziet Gastkemper ook een belangrijke rol weggelegd voor de burger. “Het aanbrengen van drempels kan instroom van water tegengaan, maar ook plaatsing van pompinstallaties en keerkleppen in kelders kan erger voorkomen. Tenslotte krijgt het regenwater een grotere kans in de bodem te trekken wanneer tuinen minder verhard zouden zijn”, aldus Gastkemper.
Bron: Waterforum